Blog

Oog voor ongekend talent

Oog voor ongekend talent

Hoogbegaafdheid, hoogbegaafd… laten we eerlijk zijn. Het is niet de meest gelukkig gekozen term. Ja, het is een gave, een cognitieve begaafdheid die van toepassing is voor één op de 50 hoogbegaafde mensen in Nederland. Is het ook echt een gave? Niet als je ongekende talent, ongezien blijft.

Volgens Renzulli zijn er 2 typen hoogbegaafden te onderscheiden: de schoolhouse gifted (intelligente leerling) en de creative productive gifted (creatief begaafde leerling).

Ben je een schoolhouse gifted talent? Dan heb je geluk. Deze leerlingen zijn redelijk gemakkelijk te herkennen zijn in ons op reproductie gerichte onderwijssysteem. Deze groep intelligente leerlingen zijn vooral slim/pienter, doen het meestal goed op school en passen binnen het systeem.

De relatief onopvallende ‘anders denkende’ creatief begaafde talenten daarentegen hebben het minder gemakkelijk. Deze ongekende talenten vallen minder op in het nog talige onderwijssysteem. Door hun divergente denkvermogen, mindset, hooggevoeligheid of dubbele begaafdheid (hoogbegaafd gecombineerd met dyslexie, ADHD e.d.) kunnen ze hun begaafdheid niet altijd tot uiting brengen bij o.a. reproductieve toetsen en starre vraagstellingen.

Wat is nu het probleem?

Om één en ander te illustreren maken we een reisje naar het fictieve gezin van Jozef en Sophie, die drie jaar geleden de trotse ouders werden van een tweeling: Victor en Hugo. Victor heeft – dat blijkt al snel – een meer dan gemiddelde aanleg voor voetbal. Hugo, die is hoogbegaafd, zo zal later blijken.

Als een kleuter van drie een meer dan gemiddelde aanleg voor voetbal heeft, dan roepen alle volwassenen in zijn omgeving meteen ‘ooh’ en ‘aah’. Kleine Vic mag met papa en met opa voetballen zoveel hij maar wil, want dat is leuk. Als zijn tweelingbroertje een bovengemiddelde aanleg voor taal of rekenen blijkt te hebben, roept niemand ‘ooh’ en ‘aah’, en papa en opa staan niet te trappelen om woordspelletjes te spelen, of om te gaan rekenen met het kind, want dat is niet leuk. Erger nog, dat is pushen.

Hugo zijn talenten worden dan ook onbewust genegeerd door zijn omgeving. Voor zover ze hen al opvallen, want dat Hugo als éénjarige al besefte dat zijn linkerhand evenveel vingertjes telde als zijn rechterhand, dat merkte niemand.

Een aantal jaren later is Victor een jongen van 8 en aangesloten bij de lokale voetbalploeg. Omdat hij zoveel beter is dan zijn leeftijdsgenoten, mag hij al eens een wedstrijd meespelen met de kinderen die een jaar ouder zijn. Dat moet, want anders leert hij niks meer bij en zal hij niet meer beter blíjven. Victor en Hugo gaan al een tijdje naar school, en Hugo is in taal en rekenen zoveel beter dan zijn leeftijdsgenoten, maar hij mag van de juf níet af en toe eens naar een hogere klas. Hij zit in het tweede leerjaar en daar leer je maaltafels en het honderdveld en niks anders. We gaan hem toch niet pushen zeker!

Dat Hugo op deze manier niet lang beter zal blijven dan zijn leeftijdsgenoten, daar valt niemand over. Dat is nét goed. Toch? Victor voelt zich steeds beter in zijn vel want elk weekend staan papa en mama te supporteren en krijgt hij schouderklopjes. Op de speelplaats wil iedereen hem in zijn voetbalploeg; hij is immens populair.

Hugo krijgt geen schouderklopjes elk weekend. Misschien mag hij op het eind van elk trimester eens rekenen op wat goedkeuring van ouders en grootouders, als hij zijn rapport vol tienen toont, maar ook dat went en na een tijdje valt alleen die ene 7 nog op, waarover hij een opmerking krijgt.
Op de speelplaats staat hij vaak alleen, want iedereen wil voetballen en niemand interesseert zich voor dat rare jongetje dat de hoofdsteden en vlaggen van alle landen van Europa kent, en dat veel te moeilijke woorden gebruikt. Hij begint zich steeds slechter in zijn vel te voelen. Hij begrijpt nog niet ten volle wat eenzaamheid is en kan het dan ook niet omschrijven voor anderen, maar hij is het wel, eenzaam.

De omgeving is het probleem

Victor en Hugo zijn in dit geval fictief. Maar in elke school lopen er een paar uitzonderlijk goede voetballers rond en een paar hoogbegaafde kinderen, die zich aan dit verhaal kunnen spiegelen. Hoogbegaafd zijn was bij de geboorte van ons fictieve kind geen probleem, maar het is nu wel een probleem geworden. Zijn omgeving heeft hem een etiket opgeplakt waar hij niet om gevraagd heeft. Men heeft hem niet de kansen gegeven om zijn talenten te ontplooien en daardoor is hij gefrustreerd en ongelukkig geworden. Zijn omgeving heeft ongemerkt zijn probleem gemáákt.

Bron: Hoogbegaafd Vlaanderen

De kans is reëel dat deze kinderen zich ofwel tegendraads, ‘druk’ of agressief gaan gedragen om ook een deel van de aandacht te krijgen, ofwel ze begraven hun talenten en cijferen zichzelf helemaal weg. In beide gevallen heb je echter te maken met een doodongelukkig kind en een ongekend talent.

Elk kind heeft talent en élk kind en talent mag er zijn. De Talenten.club gelooft en weet dat er ruimte is voor álle ongekende talenten in élke omgeving. Door je blik te verruimen!

Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies' om u de beste website ervaring te geven. Als u doorgaat met het gebruik van deze website zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten